Laat de rozijnen wellen in een schaal met heet water. Zorg ervoor dat de rozijnen onder staan.
Meng de helft van het melk met het gist in een schaaltje, roer het tot de gist is opgelost en laat dit ongeveer 10 minuten staan.
Breek het ei boven een ander schaaltje en klop het met een vork los.
Meng de bloem met het zout in een kom en maak er een kuiltje in.
Schenk in het kuiltje het gistmengsel, het ei en de rest van de melk.
Roer met een spatel of lepel vanuit het midden tot er een glad beslag ontstaat.
Blijf voor enkele minuten goed doorroeren.
Het beslag is goed wanneer het in stukken van de lepel valt.
Laat de rozijnen in een zeef uitlekken en dep ze droog met keukenpapier.
Roer de rozijnen door het beslag.
Maak een theedoek door en door nat met warm water, wring het uit en leg dit over de kom.
Laat het beslag op een warme plaats voor minstens een uur rijzen.
Verwarm zonnebloemolie in een frituurpan of een diepe pan op het fornuis tot 190 graden.
Als je een pan gebruikt, kan je met behulp van een keukenthermometer kijken wanneer de olie de 190 graden heeft bereikt.
Doop de ijsbollentang in de olie en schep met de tang een bal deeg uit de kom en laat het voorzichtig in de olie zakken.
Bak niet meer dan 3 oliebollen per keer in de pan, zodat de temperatuur niet zover zakt.
Als het goed is, zullen de oliebollen vanzelf omdraaien. Gebeurt dit niet, dan kan je ze met de schuimspaan helpen.
Haal de oliebollen uit de olie wanneer ze mooi bruin van kleur zijn en laat ze in een vergiet uitlekken.
Leg ook wat keukenpapier op het aanrecht, zodat de oliebollen hier verder op kunnen uitlekken wanneer je het vergiet nodig hebt voor de volgende batch oliebollen.
Bestrooi ze naar smaak met kaneel.